• 14th February 2008 - By Annemiek

    Ik wilde een logje schrijven over hoe een stad verandert, maar niet verandert. Maar vanavond ging ik naar zo’n plek die niet verandert, alleen de manier waarop je de wereld ziet als 19-jarige en als 37-jarige verandert.
    Op mijn favoriete pleintje (zie foto van vorig logje) zit wat ik toen noemde mijn dagbar. Deze naam kreeg de bar niet voor niets. Toen ik hier studeerde kwam ik er veel. Dagelijks. En ‘s nachtelijks zat ik een jazzbar. Het café werd en wordt gerund door twee broers: Fidel en Servando. De eerste keer dat ik er kwam maakte Servando me wijs dat hij Cubaan was en dat vond ik, als 19-jarige, bijzonder interessant. Servando was een nachtbraker en ging dag en nacht door. Fidel was de rustige van de twee, hij had, geloof ik, thuis een vrouw zitten. Mijn toenmalige Spaanse juf (hahaha, het is zo grappig dat je iemand kent die in imdb staat) die in dezelfde buurt woonde, waarschuwde me voor Servando: hij was geen Cubaan, hij was geboren en getogen in dit deel van Sevilla. Zijn vader was de bar begonnen en hij en zijn broer namen het over. Servando was dus geen Cubaan. Mij kon het niet veel schelen, zijn verhalen waren leuk en ik voelde me er thuis, dus wat kon er mis zijn?
    Nou, heel wat.
    In de loop van het jaar bracht ik er veel tijd door. Ik ontbijtte er en zat er ‘s middags te drinken en te schrijven. Ik schreef vanalles: brieven, sprookjes, gedichten. Halverwege het jaar kwam er een jongen werken met wie ik een soort van iets kreeg. Hij was zestien, kon nauwelijks lezen en schrijven, eigenlijk niet, had zijn vorige vriendinnetje zwanger gemaakt en wilde eigenlijk met mij naar Nederland. Jaja. Via hem kwam ik er een beetje achter wat er werkelijk speelde in de bar. Servando kon dag en nacht door gaan dankzij het welbekende witte poeder. En op een goed moment zag ik mijn lustobject naar de kamer achter de bar gaan en met een wel erg frisse blik terugkomen. Toen begonnen er bij mij wat kwartjes te vallen. Helemaal toen enige tijd later een paar politiemensen langs kwamen. Niet met een AT, in tegendeel. Ze legden hun pet op de bar, zodat ze tijdelijk uit dienst waren, en vertrokken naar de achterkamer. En ik? Ik observeerde.
    Ik was deze week al een paar keer langs de bar gelopen, had Serva achter de bar zien staan, maar niet de moed gehad om naar binnen te gaan. Na een dag lopen was ik terug in het hotel en ik had geen zin meer om echt op pad te gaan voor mijn tapas. Dus ging ik naar Servando. Hij herinnerde zich mij niet en ik maakte me niet bekend. Ik zocht een plekje en observeerde. Er was niet veel veranderd: een nieuwe gokautomaat, wat andere mensen, maar dat was het wel. Het leuke van de bar is dat het een buurtbar is: iedereen komt binnen, drinkt z’n drankje en doet zijn verhaal of niet. Geen rangen en standen, geen gedoe. Gewoon een café met koffie en bier. En het beviel me weer. Misschien dat ik er morgen wel ga zitten schrijven. Aan mijn onderzoeksvoorstel. In ieder geval ga ik er ontbijten en wat de dag verder brengt zien we dan wel weer.

  • Leave a Reply

    *