Als ik niet weg hoef, ben ik niet zo van het vroege aankleden. Ik zit regelmatig tot een uur of twaalf in mijn ochtendjas achter mijn laptop. Toen vanochtend om een uur of tien de deurbel ging fatsoeneerde ik mijn ochtendjas een beetje en deed de deur open. Ik dacht alleen om een pakketje aan te nemen van de post (heb een Flip besteld), maar er stond een vrouw van ergens in de twintig in een rok en een man van eind veertig, begin vijftig. Beiden met een bijbel in de hand. Als ik het niet druk heb (of als ik heel erg geen zin heb in de administratie die op me wacht) dan neem ik graag de tijd om met deze boodschappers van het woord te discussieren.
De eerste, obligate, vraag was natuurlijk of ik in God geloofde. Mijn antwoord was dat ik het bestaan van een God, van een hiernamaals of een koninkrijk niet relevant vond voor mijn aardse leven. Ik belijd geen geloof, ik probeer mijn leven nu zo goed en zo eerlijk mogelijk te leven. Wat er verder tussen hemel en aarde is, valt buiten mijn invloed en vind ik dus niet relevant om tijd en energie aan te besteden. We raakten aan de praat over het geloof en al vrij snel kwamen we tot de conclusie dat ik niet zozeer een atheïst ben (ben ik wel, maar dat was voor de discussie niet relevant), maar vooral erg anti-klerikaal. Het probleem dat ik met de kerk als instituut heb, is dat ze (bijna) allemaal de bijbel als uniforme waarheid proberen te presenteren. En zo ingeklemd tussen de Veluwe en de Betuwe kom je nog wel eens leuke uitwassen daarvan tegen: geen televisie mogen kijken, vrouwen die een rok moeten dragen, geen auto mogen rijden en allerlei varianten.
Ja, dat van al die verschillende kerken dat begrepen ze, dat was ook eigenlijk helemaal niet nodig, want er was natuurlijk maar één waarheid, dus één kerk zou het beste zijn. Net terug in Spanje was mijn suggestie dan ook dat ze allemaal terugkeerden in de schoot van de moederkerk. Dat was niet helemaal hun bedoeling, maar ze hadden er ook geen reactie op. God verhoede overigens dat ze dat doen, want katholieken, ik weet het niet…
Dat van die rok dat wilde de man overigens wel toelichten. Dat was eigenlijk vrij eenvoudig, Paulus had daar wat over geschreven. Hij bladerde wat door zijn bijbel en vond een citaat waarin Paulus eigenlijk alleen zei dat vrouwen zich netjes moeten kleden. Mijn reactie daarop was dat hij nu deed wat mijns inziens altijd binnen de kerk: ze kiezen het citaat uit dat het best past bij hun mening. Als je het immers vanaf het begin zou nemen, dan zou je toch zeggen dat we überhaupt kleren dragen door de verleiding van de appel. Laten we die verleiding ongedaan maken en juist onze kleren uittrekken, in plaats van ons er druk om te maken wat we dragen. Hier konden ze niets anders dan pragmatische antwoorden op geven (koud, enge mannen enzo).
We babbelden nog wat door, maar veel vruchtbaars kwam er verder niet uit. Ze waren blij dat ik de tijd voor ze nam en dat ik in ieder geval nadacht over het geloof. Ik ging douchen en echte kleren aan trekken. Mijn Flip had ik nog niet…




