Ik schreef al eerder over de flamencoknuffel die ik voor de driejarige J. meenam uit Spanje. Carmen was en bleef een grote hit bij J. Zo’n hit dat ze binnen de kortste keren haar armen kwijtraakte. En sindsdien heet ze Carmen-zonder-armen. Voor J. maakt dat niets uit: zo lang de buik van Carmen het torero-liedje uitbraakt vind ze het al lang best. Dan kan ze lekker draaien en stampen.
Het duurde niet lang voor Carmen-zonder-armen ook haar hoofd kwijt raakte, pas toen zagen vriendin A. en ik het labeltje, dat Carmen helemaal niet bedoeld was als kinderspeelgoed. Maargoed Carmen-zonder-armen en met zonder hoofd was wel erg weinig Carmen. Dus ik nam Carmen-zonder-armen en haar losse hoofd mee naar huis om het er weer aan te naaien. Ik vroeg A. nog om de armen, zodat Carmen-zonder-armen weer gewoon Carmen zou worden, maar die waren zoek. Ik naaide het hoofd weer op de romp en kreeg eerst de ene arm en daarna de andere arm, alleen het werk stokte. Door J. werd ik er zo nu en dan aan herinnerd: “Carmen is bij Annemiek”, met meestal de toevoeging “Carmen is van J.!”
Afgelopen week was J. jarig, dus ik naaide ook Carmens armen eraan en zette haar sjaal met een paar steekjes vast. J. was helemaal in de zevende hemel en was de hele avond aan het dansen. Dus Carmen-heeft-weer-armen is Carmen-zonder-armen af.
-
-
Leave a Reply




