• 16th November 2009 - By Annemiek


    Marsha reageerde op mijn logje over Sevilla dat ze voor een bezoek aan Sevilla in januari een programma van twee uur over eten moest samenstellen. Of ik tips had. Ik bokte nog een beetje dat ik niet haar opdrachten ging doen, maar ach, ik wilde toch al een logje schrijven over eten in Sevilla, dus waarom niet nu?

    Het eerste wat ik mensen altijd aanraad als ze naar Spanje gaan, is om om te schakelen naar Spaanse tijd. Daar hoef je de klok niet voor te verzetten, alleen ‘even’ je ritme voor te veranderen. Spanjaarden ontbijten rond een uur of negen, afhankelijk van het werk. De lunch is om twee uur en is de grootste maaltijd van de dag. Daarna volgt de fameuze siesta of het uitgebreide natafelen en om 17’00 gaat iedereen weer eens wat doen. Er wordt tot 21’00 gewerkt en daarna spreek je met familie, vrienden en bekenden af in de stad en eet je nog een broodje of wat tapas. Vooral in het Zuiden is deze aanpassing wel fijn, want restaurants zijn over het algemeen tussen 17’00 en 21’00 gesloten, om de lunchzooi op te ruimen en voor te bereiden voor de avond. De avondtapas kunnen overigens rustig tot middernacht of daarna doorgaan. Je kater drink je bij het ontbijt wel weer weg een Anis seco (anijslikeur, het werkt, ik heb het één keer geprobeerd, beviel te goed voor herhaling).

    Spanjaarden bestellen over het algemeen niet een maaltijd alleen voor zichzelf als ze uit eten gaan. Van de dingen die op de kaart staan, kun je over het algemeen een tapa (schoteltje), een plato (een bord) of een racion (een schaal) bestellen. Er wordt van alles besteld en je pakt waarin je zin hebt. Het is dus niet zo dat als je vlees bestelt er automatisch ook groente en aardappels of frietjes bijzitten, maar daar bestel je dan, gezamelijk ook een bord of schaal van). Op het menu of op het bord aan de wand kun je zien of er in het restaurant op deze manier werkt: achter elk gerecht staan dan twee (niet elk restaurants heeft ook platos) of drie prijzen.
    Er zijn ook restaurants waar je wel per persoon bestelt. Hier hebben ze dan meestal een dagmenu (menu del dia) wat de obers aan je tafel in een sneltreinvaart opdreunen. Je kiest, meestal uit drie of vier opties, een eerste gang (de primero) en een tweede gang (de secundo). Na het eten kun je nog een postre (dessert kiezen. Desserts zijn meestal eenvoudig: yoghurt is gewoon een klein yoghurtbekertje en een appel is een appel met een mesje erbij.
    Natuurlijk zijn er ook gewoon restaurants die wel een gewone kaart hebben, waar het net zo werkt als in Nederland, maar dit zijn vaak de wat duurdere restaurants.

    Goed, nu weten we hoe het eten werkt, waar ga je eten? Je kunt er hele studies van maken en enige voorbereiding kan geen kwaad. Je zult in Sevilla niet omkomen van de honger, omdat er op elke straathoek wel een café zit waar je ook wat kunt eten. De kwaliteit is natuurlijk wel heel verschillend. Je kunt je voorbereiden, bijvoorbeeld via de site van Azahar Sevilla. Zij bezoekt veel tapa-bars, maakt er foto’s en schrijft recensies. Je kunt via haar google-maps bijvoorbeeld plannen waar je bent en welke bar je wilt bezoeken na een toeristische trip in de stad. De praktijk blijkt alleen weerbarstiger dan de theorie. Het stratenplan van Sevilla is niet echt makkelijk en dingen die je de dag ervoor makkelijk kunt vinden lijken de dag erna van de aardbodem verdwenen. Straten zijn smal en lijken op elkaar en zijn nooit echt recht. Je hebt het gevoel rechtdoor te lopen, maar als je dan op de kaart weer terugvindt waar je zit, blijk je opeens in een heel ander deel van de stad te zijn. Hoewel ik de stad echt goed ken, gebeurt het mij ook regelmatig. Wat dus handiger is, is om de lijst met Food translations te leren, dan kan je overal terecht, want verwacht niet teveel Engels!
    Een overzicht van restaurantjes die ik heel leuk, lekker of gezellig vind (waar mogelijk heb ik een link gemaakt naar het restaurant op de site van Azahar Sevilla):

    • Eslava
      Eslave ligt misschien wat uit de route van de toeristische attracties, maar het ligt aan mijn favoriete pleintje (Plaza San Lorenzo). Het eten is goed, en vaak variaties op typisch spaans eten. Eslava is typisch een restaurant voor de lunch, weet niet zeker of het restaurant ‘s avonds ook open is.
    • Zelai
      Zelai ligt in tegen de winkelstraten van het centrum aan, tussen de Plaza Nueva en de Plaza Duque. Ze hebben tapas die Japanse invloeden hebben. Ze maken hun bordjes mooi op, zodat het er ook bijzonder uit ziet (normaal wordt je eten gewoon op je bord gegooid, Sevillanen zijn niet van ‘gedoe’ op hun bord). Zelai gaat om 21’00 pas open.
    • Boreas (eigen site)
      Boreas is een hippe tent die verbindingen zoekt met ander eten van over de wereld: fusiontapas dus! Boreas zit op de Alameda de Hercules en aan de Plaza Puerta Real aan de westkant van het centrum.
    • Patio de San Eloy, C/ San Eloy, 8
      Bij de Patio San Eloy kun je heerlijke broodjes krijgen (Montaditos), je kiest je broodje en dat wordt even onder de gril gelegd. Ideaal voor een snel broodje. Er komen veel jongeren die met een broodje en een pilsje op de trappen komen zitten.
    • Lizarran
      Zit officieel in de C/ Javier Lasso de la Vega, 14, maar het is makkelijker om vanaf de Plaza Duque (bij de Corte Ingles) de C/ Trajano in te lopen richting de Alameda, dan zit ie aan je rechterhand. Lizarrran is een beetje Spaanse fastfood. Het is een grote keten die oorspronkelijk uit het noorden komt. Dat zie je aan de inrichting, maar ook aan de tapas, is dus niet echt Sevillaans. Het principe is dat je vrij tapas kunt pakken van de counter of van de borden die langskomen. Je moet alleen de prikkertjes goed bewaren, want op basis van de prikkertjes reken je aan het eind van de rit af. Erg lekker (van de kaart niet met de prikkertjes) zijn de gambas in tempura….
    • Horno San Buenaventura (link doet het niet in Firefox, wel in Internet Exploder)
      Aan de Avenida Constitucion (bij de kathedraal), de Plaza Alfalfa of aan C/ Carlos Canal. Voor de zoetkauwen: taart, gebak en broodjes. Spanje heeft niet een heel erge taart cultuur, behalve als dessert bij het eten (torta). Wel zijn er veel mensen die voor het ontbijt ‘bolas’ eten, zoete, croissantachtige broodjes. Bij de horno kan je terecht voor een kopje koffie met iets lekkers. La Campana aan het eind van de Calle Sierpes is ook goed, maar van Buenaventura zijn er meer, dus is de kans groter dat je hem onverwacht tegen komt.

    Voor de kook- en eetdie-hards is het leuk om een markt te bezoeken, mijn favoriet is de overdekte markt aan de C\ Feria (ongeveer bij nummer 89). Maar er zijn er veel meer in de stad. Ik vind ook altijd de supermarkt van El Corte Ingles (in de kelder) heerlijk: heeft een grote versafdeling met vis, vlees en allerhande bereidde maaltijden.

    Ook een optie is om een dag van je bezoek vrij te maken voor kookles.

  • Leave a Reply

    *